Artikel

Dit onzichtbare gas op je werven weegt meer dan je denkt

Een gebouw dat gesloopt moet worden. Een vergeten airco op het dak. Een leiding die nog onder druk staat en beschadigd raakt, al dan niet opzettelijk. En al het koudemiddel verdwijnt in de atmosfeer: met 380 kg R407C komt dat overeen met 675 ton CO₂. Zonder lawaai, zonder rook, zonder dat iemand het merkt.

Het gaat om koudemiddelen. Een weinig bekend onderwerp, zelden vooraf ingepland op de werven, en toch met zware gevolgen. We zetten het belangrijkste op een rij: wat het is, waarom het ertoe doet en vooral welke reflexen je het best aanneemt voor je begint.

Waarover gaat het?

F-gas (of gefluoreerd gas) is een synthetisch gas van menselijke oorsprong dat fluor bevat. Het wordt vooral gebruikt als koudemiddel in airco’s, warmtepompen, koelkasten en koelsystemen.

Omdat deze gassen zo schadelijk zijn voor het klimaat, heeft de Europese Unie de F-gasregelgeving ingevoerd om de uitstoot van gefluoreerde broeikasgassen drastisch te verminderen, de klimaatverandering tegen te gaan en tegen 2050 klimaatneutraal te worden.

Een cijfer maakt dat duidelijk

Veel Brusselse gebouwen hebben koel- of airconditioninginstallaties. Hun koudemiddel heeft vaak een zeer hoog aardopwarmingsvermogen (GWP). Neem als voorbeeld een werf met 380 kg R407C, met een GWP van 1 774. Als dat gas in de atmosfeer terechtkomt, staat dat gelijk aan een uitstoot van ongeveer 675 ton CO₂-equivalent.

Hoe bereken je de impact? Hoeveelheid koudemiddel (in kg) × GWP ÷ 1 000 = ton CO₂-equivalent. Hier: 380 × 1 774 ÷ 1 000 = 675 ton.

Waar vind je de informatie voor je werf?

Drie bronnen geven je het antwoord in enkele minuten:

  • De kenplaat van de installatie vermeldt het type koudemiddel (bijvoorbeeld R407C) en de hoeveelheid in kg.
  • De milieuvergunning van het gebouw (rubriek 132 voor koeling). De informatie is openbaar, op de vergunningenkaart van Leefmilieu Brussel.
  • Het GWP van het koudemiddel, dat Leefmilieu Brussel vermeldt in zijn classificatietool voor koelinstallaties en dat vastgelegd is in de Europese F-gasverordening (EU) 2024/573.

Waarom het onder de radar blijft

Elke werf heeft zijn eigen situatie. Tussen de eigenaar, de gebouwbeheerder, de bouwheer, de aannemer en de sloper voelt al snel niemand zich verantwoordelijk voor de koelcircuits. Het risico is dan reëel: een leiding die nog onder druk staat, raakt al dan niet opzettelijk beschadigd en al het koudemiddel verspreidt zich in de atmosfeer.

Het goede nieuws? Met enkele controles vóór de start van de werf zorg je ervoor dat alles correct verloopt.

Concreet: zo pak je het aan

Voor je aan een sloopwerf begint, volg je deze vier stappen:

  • Vraag de bouwheer naar de inventaris van de koel- en airconditioninginstallaties, met het type koudemiddel en de hoeveelheid.
  • Controleer of de installatie is leeggemaakt door een geregistreerd bedrijf in de koeltechniek, en eis het traceerbaarheidsdocument vóór de start van de werken.
  • Verwittig je sloper en je onderaannemers: geen enkele ingreep op deze circuits zonder dat ze eerst zijn leeggemaakt.
  • Voeg dit punt toe aan je checklist voor de werfstart.

Wat zegt de regelgeving?

In Brussel is de exploitant verantwoordelijk voor een koelinstallatie, meestal de eigenaar van het gebouw of de houder van de milieuvergunning. Als hij de installatie definitief buiten gebruik stelt, moet hij ze binnen de maand laten leegmaken door een geregistreerd bedrijf in de koeltechniek en ze binnen twee jaar laten ontmantelen. Hij moet ook het bewijs bewaren dat de koudemiddelen zijn afgevoerd. De aannemer valt dus niet rechtstreeks onder deze verplichting. Maar als de sloop tot zijn opdracht behoort, moet hij als eerste nagaan of de installatie wel degelijk is leeggemaakt.